In de ban van de bij

Gaat het nou slecht of goed met de bijen? Kranten en tijdschriften berichten er tegenstrijdig over.

Vier feiten over honing- en wilde bijen. 

Het gaat slecht met de neushoorn, met de ijsbeer en met de pandabeer. Over het algemeen lijkt de aandacht die we schenken aan een bepaalde soort evenredig te zijn met de grootte van het desbetreffende dier. Als het slecht gaat met een keversoort, dan raakt dat niet zoveel mensen. Toen in 2015 het bericht kwam dat de 'limonadewesp' het zwaar had konden maar weinig mensen daar tranen om laten. Toch krijgen bijen relatief veel aandacht in het nieuws. Kranten en tijdschriften berichten hoe slecht het met de bijenstand gaat, om vervolgens weer te verkondigen dat het misschien allemaal wel meevalt. Welke van die berichten moeten we geloven? Moeten we ons zorgen maken om de Nederlandse bijen, en massaal insectenhotels bouwen, of toch niet? IVN zoekt het uit in dit speciale bestuivingsdossier. 

Bijen feit 1:

Bijen zijn belangrijk voor de bestuiving van onze gewassen Zouden de honingbijen en wilde bijen uitsterven, dan zou dat niet alleen betekenen dat er geen honing meer is. Nee, we zouden ook geen meloenen en kiwi's meer hebben, om maar wat te noemen. Veel gewassen worden immers door bijen bestoven. Sommige mensen geloven dat de mensheid zelfs uitsterft als het gedaan is met de bij. Maar zo'n vaart loopt het niet, aldus Koos Biesmeijer, directeur van Naturalis Biodiversity Center, vorig jaar in een artikel in de Volkskrant: 'Al onze granen en grassen worden door de wind bestoven, die hebben geen insecten nodig. Tarwe, gerst en hop zijn er dan nog. Ik zeg altijd: bier verdwijnt niet als bijen verdwijnen. Zonder bijen heb je nog steeds aardbeien, maar heel kleine. Veel gewassen en planten hebben een back-upsysteem; ze kunnen zichzelf bestuiven. Dat is beperkt, en je krijgt op den duur inteelt, maar dat kan nog best een tijd goed gaan.' Wel ontstaat er schaarste, zegt Biesmeijer in datzelfde interview. 'Als de bijen verdwijnen heeft dat effect op ongeveer driekwart van ons voedsel. Watermeloenen worden belachelijk duur, koffie wordt een stuk duurder, aardbeien ook, sinaasappels verliezen 20 procent aan opbrengst.' 

Bijenfeit 2:

Er zijn verschillen tussen honingbijen en wilde bijen Ook al spreken we over 'de' honingbij, in feite zijn er verschillende ondersoorten. Zo zijn er bijvoorbeeld de zwarte bij en de carnicabij. Honingbijen zijn 'landbouwhuisdieren', in de woorden van Koos Biesmeijer– alleen gehouden door imkers. Daarnaast komen in Nederland ook ruim 350 soorten wilde bijen voor: dit zijn echt andere soorten dan de honingbij. Waarin ze zich onderscheiden van de honingbij is hun leefwijze. In zijn boek 'Gasten van bijenhotels' schrijft IVN-lid Pieter van Breugel dat er van de 358 bijensoorten in Nederland 23 'sociale' soorten voorkwamen: de honingbij en de hommelsoorten. De overige zijn solitaire bijen. Soms leven ze in kleine groepjes, soms helemaal alleen. Tot de wilde bijen behoren onder andere de gewone slobkousbij en de poldermaskerbij. De meeste soorten solitaire bijen maken nesten in de grond, andere gebruiken meestal gangen: bamboestengels, rietstengels... 

Bijenfeit 3:

Gif is een belangrijke boosdoener, maar niet de enige De achteruitgang van de bijen heeft te maken met een combinatie van factoren, vertelt lector bijengezondheid Arjen Strijkstra. Voor alle bestuivers geldt dat pesticiden nadelig zijn, maar bestrijdingsmiddelen zijn volgens hem maar een deel van het verhaal. Een andere reden voor de 

achteruitgang van de bijenstand is dat de landbouw grootschaliger wordt, met meer monoculturen en onkruidbestrijding. Tegelijkertijd verdwijnen veel planten en bloemen – bijvoorbeeld door verstedelijking. 'De voedselsituatie is essentieel voor alle bijen. Voor solitaire bijen is daarnaast van groot belang dat er in de buurt van de drachtplanten ook de juiste nestgelegenheid aanwezig is. Ze hebben namelijk maar een kleine actieradius – een paar honderd meter. Hommels zijn wat dat betreft robuuster, en kunnen wel een kilometer vliegen. Je hebt dus als bij het juiste voedsel nodig in de juiste tijd van het jaar, en de juiste broedgelegenheid op de juiste afstand vliegen. Dat is nogal wat.' 

Bijenfeit 4:

We kunnen de bijen helpen Gelukkig zijn er voldoende methodes om de bijen te helpen: het inzaaien van bloemen, bijvoorbeeld. Strijkstra: 'Als je zorgt voor bloemrijke bermen, dan verbeter je leefgebied en infrastructuur voor de bijen. Je zorgt voor verbindingswegen.' Tegenwoordig kun je insectenhotels voor wilde bijen in vrijwel elk tuincentrum kopen. Maar de kwaliteit is niet altijd even goed. 'Soms is het gewoon waardeloze rommel', aldus Pieter van Breugel. 'Er zijn kasten waar je 50 tot 100 euro voor neer moet tellen, maar waar je feitelijk niets aan hebt. De diameter van de riet- en bamboestengels is veel te groot – een doorsnede tussen de 2 en 8 millimeter is optimaal – of de stengels zijn aan twee kanten open en volledig hol van binnen. Terwijl het juist van belang is dat er maar één opening is. Mijn advies: begin op kleine schaal, met een nestblok van bijvoorbeeld eiken, en kijk wat werkt.' 

Dit was een ingekorte versie van het dossier, verschenen in Mens en Natuur # 1 2017.

Tekst Gemma Venhuizen