De vleugelnoot

Langs het hek dat de kinderboerderij scheidt van onze volkstuin groeit van alles maar dominant is de vleugelnoot. De heer Jaap van Loenen heeft over deze boom in het blad Haagwinde ( maart 2014 ) van de Algemene Vereniging voor Natuurbescherming voor ’s Gravenhage e.o. een leuk artikel geschreven. Hieronder leest u delen van dit artikel die specifiek op onze vleugelnoten van toepassing zijn. Het spreekt vanzelf dat wij toestemming hebben van de AVN. voor het plaatsen van dit artikel.

Herkomst en namen

De vleugelnoot behoort tot de notenfamilie, waarvan we hier ook de walnoot kennen. De meeste nootachtigen zijn inheems in Iran en in het oosten van de Verenigde Staten. De vleugelnoot die wij hier kennen behoort echter thuis in de Kakausische bergen. In het Engels wordt hij “ Caucasian wingnut genoemd. De wetenschappelijke naam is: Pterocarya fraxinfolia ( pteron = vleugel, karyon = noot en fraxinus = es ) . Esbladige vleugelnoot dus.

Kenmerken

Op de stam, die zeer onregelmatig gevormd is, ontwikkelen zich vaak dikke bulten. De schors is grijsbruin van kleur, diep gegroefd en op oudere leeftijd voorzien van dikke kurklijsten. De grote bladeren zijn veervormig samengesteld en hebben veel ( soms wel 23 ) zijblaadjes. Deze zijn van boven glimmend groen en hebben gezaagde randen. De knoppen zijn viltig behaard en hebben geen schubben. De vleugelnoot is vaak omgeven door jonge scheuten, die uit de “ vlakstrijkende “ wortels worden gevormd. Zo bestrijdt hij de concurrentie van andere planten.

Bloeiwijze

De vleugelnoot is éénhuizig en produceert afzonderlijke mannelijke en vrouwelijke bloemen in de vorm van katjes. De vrouwelijke katjes groeien uit tot strengen kleine gevleugelde nootjes, die U vanaf mei het hele jaar door kan zien. Na rijping worden de zaadjes droog en licht, zodat ze makkelijk door de wind kunnen worden verspreid.

Het vleugelnotenhout is heel mooi getekend en zeer duurzaam, maar ondanks deze eigenschappen worden geen productiebossen van deze boomsoort aangelegd.